Reisverslagen

De Zilveren Vleugel is een vliegrally met een lange historie. De eerste versie dateert van 1935. De organisatie is in handen van de Aero Club Hilversum-Amsterdam. Voor het eerst sinds vele jaren hebben we weer eens deelgenomen aan deze vliegrally. Met twee kisten. De VTA met Paul Canisius en Victor Gerritsen en de CVT met Bas van der Veen en Peter Bouwman.

Al snel kwamen de verhalen en successen uit het verleden boven tafel. Gerard Riensema heeft de rally in het verleden meerdere keren gewonnen en de foto met de trofeeën van toen gaan al snel rond. De deelnemers 2019 wordt al de nodige druk opgelegd om die prestatie te herhalen.

Maar voor ons is het vooral vrij grote onbekendheid met wat ons te wachten staat. De informatievoorziening vooraf is beperkt en dat gebeurt bewust. ’s Ochtends eerst een relaxed vluchtje naar Hilversum. Hilversum blijft een bijzonder veld. Bij het indraaien naar final is het even goed nadenken. We zien op final 18 twee banen voor onze neus. Op short final zien we welke de juiste is. De baan is iets verlegd om het gras te laten herstellen.

Op een vooraf door de organisatie aangegeven tijd moet je je melden bij de vliegclub en dan heb je een uur om de opdracht, die dan wordt uitgereikt, voor te bereiden. Het bekende vliegrally-recept. Via opgegeven koersen, radialen, afstanden enz. de route op de kaart uitzetten. Alles op de ouderwetse manier, alhoewel je bij die voorbereiding de digitale hulpmiddelen wel mag gebruiken. Dat kan ook niet anders, als een keerpunt bijvoorbeeld een opgegeven huisadres is. Dan is Google Earth toch wel erg handig en nodig. Ook leuk is, dat een deel van de route een te vliegen cirkelboog is. Enkel al het uitrekenen van de lengte van het te vliegen deel van die cirkelboog vraagt om oude wiskundelessen weer even op te frissen. De route wordt gevlogen met een zelf te kiezen grondsnelheid. De tijd van keerpunt tot keerpunt moet door ons van te voren worden doorgegeven (op de seconde nauwkeurig) aan de wedstrijdleiding en dan de lucht in. We krijgen een gps-logger mee die exact registreert of we de route netjes vliegen, met de juiste snelheid en de juiste hoogte (die ook varieert).

En dan de foto’s. Een vast onderdeel van de rally. Met de mededeling vooraf, dat er ook fake-foto’s bij kunnen zitten. Het laatste onderdeel: de doellanding. Zowel VTA als CVT landen netjes in het vak. Netjes in de zin dat het nette landingen zijn en dus ook netjes in het vak.

 

 

Kortom: een hele mooie dag. Maar de échte verrassing komt pas enkele dagen later. De uitslag! Eerste plaats voor de PH-CVT (Bas als navigator en Peter als vlieger) en een tweede plaats voor de PH-VTA (Paul als navigator en Victor als vlieger). Beide teams hebben de route goed voorbereid en heel netjes gevlogen. De doellanding: voor beide kisten in het vlak en voor beiden de hoogste score voor de uitvoering! De CVT heeft net iets strakker op het tijdschema gevlogen en is daarom nipt eerste.

Volgend jaar doen we uiteraard weer mee. Hopelijk dan met vier Vliegclub Teuge kisten!

 


14 augustus 2019 is het mooi vliegweer. Prima om weer eens te gaan fieldhoppen met de VTA. Een aanrader voor iedereen. Op één dag meerdere velden bezoeken en dan vooral kleine groene velden. In Duitsland kun je je hart ophalen met een groot aantal velden op korte afstand van Teuge, zodat je in één dag meerdere veldjes kunt bezoeken. De vliegers: Rob Strik en Peter Bouwman.

De tocht loopt zoveel mogelijk langs kleine groene velden, die veelal gerund worden door een vliegclub. De meesten zijn PPR. In de praktijk betekent dat, dat als de vereniging op het veld actief is, je doorgaans welkom bent. En de vereniging is vooral actief als de zweefvliegers de lucht in gaan. Een enkele lokale motorvlieger die een rondje maakt betekent nog niet dat het veld ook open is. En uiteraard: het veld moet wel toegankelijk zijn voor motorvliegers, soms met een max take off weight.

Omdat het vaak kortere banen zijn, is de VTA uitermate geschikt voor dit fieldhoppen, maar met de Cessna’s kan het ook, al wordt wellicht het aantal aan te vliegen velden wat minder. En vaak geldt dat enkele dagen van te voren de route al gaan plannen niet zoveel zin heeft. Vaak is het antwoord op de “PPR vraag” dat het onzeker is of het veld open is (“bel op de dag zelf nog maar een keer”) als de telefoon al wordt opgenomen, want dat is ook nog wel eens een probleem.

Dit keer richting het Sauerland. Eerste stop naar Borkenberge. Geen groen veld maar dan weet je zeker dat je terecht kunt (niet PPR) en dus planbaar als eerste leg. Dan is de aanpak steeds om het van te voren gemaakte lijstje met mogelijke velden te gaan bellen. Dat valt in eerste instantie nog niet mee. Geen gehoor, of we zijn nog niet open. Later op de dag waarschijnlijk wel. Daarom eerst een kort vluchtje dieper het Sauerland in, naar Meschede-Schueren (EDKM). Mooi veld. De havenmeester houdt zitting in het restaurant en verzorgt ook onze koffie met gebak! Daarna worden de veldjes wel groen. We bezoeken Attendorn-Finnentrop (EDKU), Altena-Hegenscheid (EDKD), Soest-Bad Sassendorf (EDLZ) en Arnsberg-Menden (EDLA-asphalt). Plan is daarna terug te gaan met nog een landing (en tanken) op Borken-Hoxfeld (EDLY), maar helaas: geen gehoor. Daarom terug een tussenstop op Stadtlohn om even wat fuel in te nemen.

 

Op de velden leuke gesprekken met de lokale dienstdoende verenigingsman. Kom even in onze hangaar kijken! Op Attendorn is een liefhebber druk bezig een oude kist op te knappen (eigenlijk is het haast nieuwbouw). Hij laat het ons graag zien. Op Altena valt ons de hangaar op. Als we denken dat we op Teuge hangaars hebben die dringend aan vernieuwing toe zijn: ga eens op Altena kijken. De oude houten hangaar staat vol met kisten. Velden waar we vandaag niet aan toe zijn gekomen zijn Schmallenberg-Renneveld, Werdohl-Kuentrop en dus Borken Hoxfeld. Die houden we dus te goed.

 

Tips voor anderen die dit fieldhoppen wel leuk lijkt:

  • Bereid je voor op improviseren en het wijzigen van plannen.
  • Zorg dat je alle informatie bij de hand hebt. De ouderwetse papieren Jeppesen is toch heel handig. Alle kaartjes bij de hand. Houd er rekening mee dat informatie (in Jeppesen, maar ook in Skydemon) niet altijd up to date is. Altijd bellen naar het veld waar je naar toe wilt.
  • Fuel en/of een restaurant is er niet altijd.
  • Ga bij voorkeur met twee vliegers. Om de beurt een legje. Maar ook om informatie steeds te dubbelchecken. En ondanks Skydemon hadden we soms toch moeite een veld te vinden en vooral te ontdekken waar de runway precies loopt. Voor je het weet, zit je op final voor de zweefvliegersbaan. Soms zijn overigens de zweef- en motorvliegersbaan dezelfde.
  • In het weekend zijn er veel meer velden open dan doordeweeks. En uiteraard: ’s winters wordt de spoeling nog dunner. Dat nog los van de dan vereiste extra aandacht voor de conditie van de baan.

Zo’n rondje fieldhoppen kan in Nederland ook prima. Wat te denken van een rondje Hilversum, Middenmeer, Texel, Ameland, Oostwold, Stadskanaal en Hoogeveen. Middenmeer en Stadskanaal zijn niet open voor de Cessna’s.

 

Net zoals Vliegclub Teuge organiseert ook de vliegschool Hilversum allerlei leuke één- en meerdaagse clubvluchten. Nu hoor ik jullie denken: “hoe kom je nu op het idee om aan te haken bij een clubvlucht vanuit Hilversum?”.  Heel simpel, mijn voormalig instructeur is inmiddels neergestreken in Hilversum en tipte mij op deze cross border trip. Ik was meteen verkocht; hier ga ik naar toe. Gelukkig vond ik in Martijn Goosens eenzelfde enthousiasteling die meteen zei “we gaan samen!!”

En dan starten de voorbereidingen. Ontzettend leuk om samen de routes uit te zetten, strepen te trekken op de kaarten, via SkyDemon opvoeren, flight plans via homebriefing invoeren, vliegtuig reserveren, hotel reserveren. Kortom, voorbereiding is key and part of the fun!

Dag 1

Op 20 juli jl. was het zover. Finale check van de weersverwachtingen, want er werd lichte regen verwacht in Frankrijk, maar de VFR condities waren prima. PH-AVB gereed maken voor vertrek, aftanken (127 liter, tot aan de rand gevuld, 5½ uur endurance) en vliegplan activeren. PH-AVB lining up runway 26. Ready for departure to LFQT (Merville Calonne) onze eerste tussenstop net over de grens in Frankrijk.

De vlucht verloopt voorspoedig. Martijn blijkt een communicatie virtuoos te zijn, wat heel handig is gebleken tijdens deze trip waarbij we regelmatig in het Frans zijn aangesproken en Martijn in perfect Frans de communicatie verzorgde. Houd hier rekening mee als je naar Frankrijk vliegt, communicatie in het Engels laat te wensen over. Wel is ons wederom duidelijk geworden dat op welke frequentie je ‘de grond’ oproept, ze altijd zeer bereid zijn je te assisteren!

Net voor aankomst circuit LFQT horen we dat we ‘number two’ zijn en na een 360 landen we op Merville Calonne. Na een bammetje en drinken landen ook onze collega vliegers uit Hilversum. Weinig tijd om te kletsen, want ons vliegplan noopt ons weer plaats te nemen in de PH-AVB. En na alle checks vertrekken we richting ons einddoel voor deze dag: St. Cyr L’ecole (Versailles) LFPZ.

Ook deze leg verloopt voorspoedig. We vliegen over de kathedraal  van Amiens en na omzetting Lille Information 120.275, naar Beauvais (119.9) en Pointoise (118.8) naderen we Saint Cyr l’Ecole, maar niet voordat we onder onze linkervleugel de Eiffeltoren zien. Ook Tour de Montparnasse en La Defence zijn relatief goed te zien! Prachtig plaatje. Nog even consternatie met Saint Cyr Tower over landingsbaan 29L (vingt neuf gauche) dus links met een right hand circuit, maar Martijn stuurt de PH-AVB over de tuinen, excusez, het park van Versailles en we landen op LFPZ. High five!!

Omdat er regen en onweer wordt verwacht, de PH-AVB netjes vastgezet met lijnen, zodat we voor de volgende dag zeker weten dat we veilig kunnen vertrekken. Nu op naar Versailles voor een bezoek aan  het kasteel van Louis XIV en de prachtige tuinen!

 

 

 

Dag 2

De volgende ochtend al weer relatief op tijd op vliegveld Saint Cyr l’Ecole, want we hebben besloten eerst nog een circuitje te vliegen om wat extra foto’s te maken en op gepaste wijze afscheid te nemen van dit prachtige veld zo dicht bij de tuinen en kasteel van Versailles.

Het vliegplan voor vandaag: Saint Cyr l’Ecole (LFPZ) direct Le Touquet (LFAT). Daarna LFAT naar EHTE.

Na het circuit weer koers naar Amiens. Mooi weer vooruit. Pontoise geeft ons toestemming om uit te klimmen tot 2500 ft. Maar als snel belanden we boven zich snel opbouwende wolken. We hebben zo onze bedenkingen, maar we hebben de VFR-condities gecheckt en alle gegevens staan op groen. Er zitten inderdaad wel een paar gaten in de wolken, maar de cumulus bewolking bouwt zich snel op. Dan krijgen we de melding dat we moeten dalen. Negative due to clouds meldt Martijn en we gaan op zoek naar een gat in de bewolking. DÁÁR roept Martijn en meteen stuur ik in en duiken we door het gat en hebben we weer beter grondzicht dan enkele minuten daarvoor.  Hoogte 1000ft.
Weer een leermoment: samenwerking in de cockpit is cruciaal. Elkaar blindelings vertrouwen, goed naar elkaar luisteren en de taken goed verdeeld hebben zorgt ervoor dat je tijdens zo’n vlucht elke situatie de baas kunt.

We vliegen verder Noordwestelijk en het weer wordt steeds beter. ATIS Le Touquet meldt Cavok. Snel naderen we Le Touquet en we vragen een direct-in. Approved. We zien de landingsbaan opdoemen (rwy 31) en we landen veilig op Le Touquet. Nu eerst zorgen dat we weer Jet A1 in de PH-AVB krijgen en na controle van onze paspoorten/identiteitsbewijzen gaat de vrachtwagen met fuel naar ons vliegtuig om deze weer vol te gooien. Even eten en dan weer de lucht in voor onze laatste leg: Le Touquet – Teuge.

Deze laatste leg is de kers op de taart. We sturen de PH-AVB, die als een zonnetje vliegt, langs de kust, waarbij we langs Calais, Duinkerken en Oostende vliegen. Ook zien we de krijtrotsen bij Dover in de verte. Prachtig. We vragen en krijgen clearance to cross the CTR Koksijde en Oostende op 2500 ft om vervolgens over Brugge richting de FIR Boundary te vliegen. Request frequency change to Dutch Mil Info. We zijn weer in Nederland.

De nadering en landing op Teuge verloopt soepel en na het schoonmaken van het vliegtuig, in de hangaar zetten en invullen van alle papieren, gaan we trots als een pauw even wat drinken. Zo’n tweedaagse vlucht moeten we elk jaar maken spreken we af! Inmiddels is ook de PH-CVT geland en horen we van Flip de Granada dat hij met twee collega piloten naar Corsica is geweest en terug via Elba, Bloemenrivièra en Monaco. Tja, er is altijd baas boven baas! Belangrijkste is: DOEN! Het was een prachtige ervaring.

 

Paul van Gorssel

Omdat het ons leuk lijkt een keertje sfeer te proeven bij onze zwevers, zijn Addie Janssen en ondergetekende begin augustus met de PH-AVB een paar dagen te gast tijdens het zweefvliegkamp. Het kamp wordt voor de vijfde keer georganiseerd op Stendal, een Duits plaatsje in de buurt van de rivier de Elbe, op een dik uur rijden van Berlijn. Op het veld vinden jaarlijks veel activiteiten plaats. Oldtimerdagen, AOPA trainingen, skydive weekenden, motorvliegkampen, pilot safety trainingen, uiteraard ons VCT-zweefvliegkamp, noem maar op. In juli jongstleden vonden hier bijvoorbeeld de Duitse zweefvliegkampioenschappen plaats en in 2020 worden hier zelfs de wereldkampioenschappen georganiseerd.

Op dinsdag 6 augustus vertrekken we om 10.00 uur LT richting Stendal. We hebben de wind mee en arriveren na twee uur en een kwartier op de plaats van bestemming. En dat inclusief een behoorlijke detour om vrij te blijven van een stevige regenbui. Bij het aanmelden van de AVB op Stendal Info, luisteren de zwevers mee. Zij kunnen mijn stem niet plaatsen en vragen zich af wie de RT van de AVB voor haar rekening neemt. Zo zie je maar weer, ook de zwevers houden goed in de gaten wie er op onze motorkisten vliegen. Addie voert een meer dan een keurige landing uit, op een baan van bijna twee kilometer met een upslope en betonplaten die de Sovjets er na WOII hebben neergelegd. Behoorlijk hobbel de bobbel als je landt en het is tijdens het taxiën nadrukkelijk aan te bevelen het stuur getrokken te houden en niet te snel te gaan.

Op de toren worden we hartelijk verwelkomd door de havendienstmedewerker. Hij is zeer dienstverlenend en zorgt dat we onze kist probleemloos kunnen stallen in één van de aanwezige hallen, nu in gebruik als hangar. De hal is indrukwekkend. Er zijn tussen 1934 en 1936 in totaal zes van deze hallen gebouwd, naar patent van de architect en vliegtuigingenieur Hugo Junkers (ja, dé Junkers), voor het opleiden van zogenaamde Fallschirmjäger. Er zijn er nog twee van over en die zijn onder monumentenzorg geplaatst. We zien dat Thomas Morssinkhof, zowel motor- als zweefvlieger, met de VTA ook een paar dagen is neergestreken op Stendal. Op de dag van onze aankomst gaat hij terug naar Teuge, met een tussenstop op Meschede voor het nuttigen van een Currywurst, waar hij volgens insiders gek op is.

Hugo Drijver geeft ons vervolgens een rondleiding en laat ons de briefingruimte, de gezamenlijke keuken, de door de zwevers zelf ingerichte camping inclusief aangelegde dansvloer met discolamp en dergelijke zien. We horen dat daar al enkele héél gezellige avonden en nachten hebben plaatsgevonden. Een feestje bouwen, dat kunnen ze wel. Wie in een echt bed wil slapen, kan ook voor een prikkie een ruimte op het veld huren met was- en douchegelegenheid. Of, zoals wij hebben gedaan, een hotelkamer in Stendal zelf reserveren. Je kunt het dus zo goedkoop of duur maken als je wilt. Leden van het organisatiecomité, Sandy van der Stee en Leon Mulder, zorgen iedere dag voor de benodigdheden van het ontbijt, de lunch, barbecue en er is er altijd voldoende aanwezig voor de tussentijdse honger en dorst. Best een geregel, als je weet dat er per dag zo ongeveer tussen de 20 tot 50 mensen als deelnemer of gast aanwezig zijn. Petje af. Kortom, gezelligheid ten top en bij een beetje acceptabel weer overdag met een kist de lucht in. Voor de liefhebber natuurlijk dé ideale vakantie. Om bij het start- en landingsterrein van de zweefvliegtuigen te kunnen komen, zien we dat we de verharde landingsbaan over moeten steken. Daar doen ze in Stendal niet moeilijk over. Goed uitkijken en dan mag dat probleemloos met de auto, fiets of te voet.

Hugo brengt ons naar ons hotel. Na te hebben ingecheckt, verkennen we te voet het centrum. De Oostblok-sporen zijn nog wel te zien, maar wij vinden de plaats op zich zeker opgefrist, schoon, onmiskenbaar Duits met de nodige oudere (vakwerk)huizen. De rivier de Elbe, met het hanzestadje Tangermünde, ligt een 10 kilometer verderop. Stendal heeft ook een treinstation. In een uur sta je in hartje Berlijn. Genoeg opties om op niet vliegbare dagen de tijd goed door te kunnen komen. We eten nog een hapje en sluiten de dag af met een lekkere Riesling en een glas bier van een lokale brouwerij.

De volgende morgen huren we fietsen zodat we op eigen gelegenheid op het vliegveld kunnen komen. Dat is prima te doen, want veel hoogteverschil is er in de nabije omgeving niet. Op het veld aangekomen, blijkt dat, hoe leuk en gezellig het ’s avonds en ’s nachts op de camping ook mag zijn geweest, er tijdens de vliegactiviteiten wordt gewerkt volgens duidelijke regels. Bijvoorbeeld ’s nachts te laat het nest in, betekent de volgende dag niet vliegen. Er is de vorige avond in kaart gebracht wie wat wil gaan doen. Een onafhankelijk comité deelt de kisten ‘achter gesloten deuren’ in. Meegewogen wordt hoe veel men al heeft kunnen vliegen. Degenen die qua uren achterlopen, krijgen voorrang. De dag zelf wordt geopend met een groepsbriefing. Onder andere wordt benoemd wat tijdens de voorgaande dag is waargenomen en wat er eventueel anders moet of beter kan. Als het nodig is, wordt men in aanwezigheid van alle betrokkenen aangesproken op gedrag. Dat ken ik als motorvlieger als zodanig niet – is ook logisch, omdat motorvliegers elkaars doen en laten doorgaans niet zien - maar ik vind het een prima manier elkaar scherp te krijgen en te houden. Er werd bijvoorbeeld geconcludeerd dat er onnodige stofwolken ontstonden door de manier waarop er met een auto over het veld werd gereden. Bij een lierstart produceert vervolgens één van de zweefkisten ook een niet te missen stofwolk; dat zou vanavond of morgen wel eens kunnen leiden tot een discussie over de corveedienst, wordt ter plekke geopperd :-).

Voordat er kan worden gevlogen, moet er het nodige gebeuren en diverse taken verdeeld. Ik had wel een idee dat er veel manuren nodig zijn om zweefvliegen mogelijk te maken. Maar als je zo een dagje meeloopt, krijg je een beetje een beeld wat dat dan echt inhoudt. Zo wordt bijvoorbeeld ‘s morgens de lier weer op de plek gezet en bedrijfsklaar gemaakt. Dat geldt uiteraard ook voor alle kisten, die achter personenauto’s worden geknoopt om ze vanuit de hangar naar het veld te vervoeren. Bij sommige kisten gaat er water in de vleugels voor extra gewicht. Mensen worden voor een dag of dagdeel aangewezen voor het lieren, het zorgen dat de lierkabels worden opgehaald en wie de functie van startleider op zich neemt.

Op basis van het verwachte weer wordt besloten welk soort vluchten er zullen plaatsvinden en wat daar de maximale duur van is. Dat kan variëren van een uurtje lokaal tot aan een overlandtrip van maar liefst 500 kilometer. Voor mij weer even een goede reminder dat zwevers niet alleen rond een vliegveld in de lucht kunnen hangen. Gedurende de dag is er op het veld constante activiteit. Kabels aan kisten hangen, starten, radiocontact houden, met de auto de lierkabels ophalen, vliegtijden bijhouden, vliegers die de toegewezen vliegduur hebben bereikt via de radio oproepen om te landen, gelande kisten weer naar de startzone slepen, noem maar op. En tussendoor is er tijd en ruimte om met een boek op een stoeltje lekker te relaxen. Windje en zonnetje erbij, wie doet je wat. 

Aan het einde van deze dag is er een plekje in de duo-kist beschikbaar en kan ik mee. Dat laat ik mij geen twee keer zeggen. Het zou mijn eerste zweefvliegervaring worden. Er wordt een parachute op mijn rug geknoopt en na het instappen worden de gordels goed strakgetrokken. Ronald Keizer, in het dagelijks leven verkeersvlieger en daarnaast gepassioneerd zwever, maakt me wat wegwijs in de cockpit. Veel is herkenbaar, de meters zijn alleen ingericht volgens het metrische stelsel. Even wennen, denk ik. Verder onder andere een mode S transponder en een radio. Het meest grappige vind ik de turn- and bankcoördinator. Bij een zweefvliegtuig is dat een op het oog simpel touwtje, midden op de canopy geplakt. Door het touwtje pak je meteen het zicht op de horizon mee. Wat mij betreft veel effectiever dan het genoemde instrument in een motorkist. Maar een touwtje op de voorruit of canopy van een motorkist plakken, gaat ‘em niet worden, vrees ik. We wachten vervolgens tot we aan de beurt zijn om te starten. Tijdens het lieren van een kist voor ons, breekt de kabel en slaat vast in de lier. Dit blijkt niet in korte tijd te verhelpen en dat betekent meteen het einde van de vliegdag. Geen zweefvliegdoop voor Gea vandaag, dus.

's Avonds schuiven we aan bij de barbecue. Ik laat me daar ontvallen dat ik aerobatics best interessant vind en dat wordt opgepikt door Hans van der Laar. Bij het verdelen van de kisten voor de volgende dag claimt hij meteen de duo-kist voor een introductievlucht met ondergetekende. Het is niet eens een vraag van Hans of ik met hem meewil, dat is voor hem een vaststaand feit. Het wordt me vervolgens duidelijk dat Hans een aerobatics zweefvlieger is en dat hij, als ik het tenminste trek, wel met mij een aerobatics programma wil vliegen. Met een dergelijke leuke activiteit in het vooruitzicht, merk ik niets van de lage temperatuur tijdens het nachtelijke terugfietsen naar ons hotel, kan ik u melden.

De volgende dag, donderdag de 8e, is het ideaal zweefvliegweer. Al relatief vroeg vormen zich de eerste thermiekbellen. Mijn zweefvliegdoop wordt alsnog een feit. En dan meteen maar all the way. We worden in een paar seconden gelierd naar 500 meter hoogte. Met de motorkistjes waarin ik mag vliegen, doe je daar een stuk langer over! Hans bouwt de vlucht rustig op. Eerst wat thermiekbellen vinden voor de benodigde hoogte en dat lukt uiteindelijk goed. Hans waarschuwt dat de kist van binnen niet is schoongemaakt en er tijdens het vliegen van de figuren de nodige rommel, zand en stof door de cockpit zal vliegen. Een gewaarschuwd mens telt voor twee. Vervolgens vliegen we loopings, rolls, een stukje inverted en wat al niet meer. De voorspelde rommel vliegt inderdaad door de kist en blijft vervolgens overal voor, achter, tussen en in zitten. Uiteraard op plekken waar je het niet wilt hebben. Addie kijkt, samen met de aanwezige grondcrew, vanaf het veld naar de ‘capriolen’ van Hans. Aerobatics is duidelijk niet ieder’s ding, ook niet van diverse vliegers ter plekke, maar wel de mijne en zeker die van Hans. Ik heb waanzinnig genoten. Beroerd worden, was er niet bij. Hans checkte netjes voorafgaand aan iedere figuur of het goed met me ging. Dat het stof van de kist nadien niet uit mijn ogen te krijgen is, neem ik op de koop toe. Hans ook, trouwens. Mijn grijns is de hele verdere dag niet meer van mijn gezicht te krijgen en ik heb Hans weet ik hoe vaak bedankt voor deze geweldige ervaring.

In de middag wordt het voor ons tijd richting Teuge te gaan. Het totaalbedrag van de stallingskosten voor twee nachten en het landingsgeld staat gelijk aan wat je op Teuge betaalt voor één overlandlanding. Duitse prijzen in optima forma. Wordt een motorvlieger ook blij van. Tijdens de terugvlucht worden we regelmatig omhoog en omlaag geduwd door de aanwezige thermiek. Kicken voor de zwevers, die 500 kilometer vluchten komen vast goed; iets minder prettig voor ons. Ook hebben we een stevige wind pal op de neus wat resulteert in een vliegtijd van twee uur en drie kwartier, een half uur langer dan de heenvlucht. Behoorlijk gaar maar zeker voldaan schuiven we daarna op Teuge bij Take Off aan voor de daghap. Deze minivakantie in de buitenlucht met daarbij de leukste bezigheid die er bestaat – vliegen – is ons prima bevallen. Niet alleen voor de leuk, maar ook om te ervaren hoe onze zweefvliegers de sport beoefenen en benaderen. Als ik nog geen leuke hobby had, zou dit er zomaar één kunnen worden. Maar ja, keuzes, keuzes, keuzes.... 

We willen iedereen bedanken voor de gastvrijheid en gezelligheid, we doen het op termijn graag nog een keertje over. 

Mede namens Addie, Gea ter Steege.